In de zoektocht naar inzicht in menselijk gedrag is het nuttig om naar de hersenen te kijken vanuit een evolutionair perspectief. Een populair – zij het vereenvoudigd – model is dat van het “drieledige brein” (triune brain), ontwikkeld door de Amerikaanse neuroloog Paul D. MacLean in de 20e eeuw. Dit model stelt dat ons brein bestaat uit drie evolutionair gelaagde systemen, elk met een eigen functie:
1. Je hersenstam
Je hersenstam of overlevingsbrein regelt belangrijke dingen waar je meestal niet bewust mee bezig bent, zoals je ademhaling en hartslag. Ook helpt je brein je om snel op gevaar te reageren. Als je bijna onder een fiets loopt, spring je opzij voordat je rustig hebt nagedacht over wat er gebeurt. Zo’n snelle reactie kan je beschermen.
2. Je emotionele brein
Andere hersengebieden zijn betrokken bij emoties, herinneringen en contact met mensen. Daardoor kun je blij zijn als iets lukt, bang worden voor iets onbekends of je verbonden voelen met een vriend. Gevoelens geven vaak richting aan wat je doet. Een vervelende opmerking kan je bijvoorbeeld direct boos maken; een compliment kan je juist moed geven om iets opnieuw te proberen.
3. Je denkende brein
De hersenschors helpt je onder meer om taal te gebruiken, te leren, vooruit te kijken en keuzes af te wegen. Je kunt jezelf vragen stellen als: Wat gebeurt er als ik dit zeg? of Hoe kan ik dit probleem oplossen? Daarmee kun je verder kijken dan je eerste reactie.
Hoe werken die delen samen?
Het drielagenmodel is een vereenvoudiging. Je hebt geen drie afzonderlijke breinen die om de beurt de leiding nemen. Hersengebieden werken voortdurend samen en hebben meer functies dan dit model laat zien. Het model is vooral een manier om te begrijpen waarom een automatische reactie, een gevoel en een bewuste keuze soms verschillend kunnen zijn.