Mijn zoektocht bij Avans Breda
Je begint aan een nieuwe opleiding. Nieuwe mensen, nieuwe mogelijkheden en een hoofd vol plannen. Je wilt iets kunnen, iets maken, ergens goed in worden.
Maar een paar weken later zit je in een college en denk je: waar doe ik dit eigenlijk voor?
Als docent zag ik dat gebeuren. Het bracht me bij een vraag die me niet meer losliet: hoe maken we onderwijs dat je nieuwsgierigheid vasthoudt?
Een nieuwe plek, een herkenbaar patroon
Toen de snelweg naar Den Bosch steeds voller werd, besloot ik een nieuwe uitdaging te zoeken. Ik werd docent werktuigbouwkunde aan de HTS in Breda, destijds Hogeschool Brabant en nu Avans.
In Breda zag ik hetzelfde als eerder in Den Bosch. Eerstejaars begonnen enthousiast. Ze waren op tijd, hadden hun boeken bij zich en wilden aan de slag. Na vier of vijf weken veranderde dat. Studenten kwamen later binnen en hun tassen werden leger.
Ik vroeg me af: wat gebeurt er tussen die enthousiaste start en het moment waarop studenten afhaken? En wat kunnen wij als docenten daarin veranderen?
De LUS-factor: leuk, uitdagend en spannend
Ik moest denken aan een artikel over mensen die een nieuwe baan zochten. Voor hen telden drie dingen zwaar mee: het werk moest leuk, uitdagend en spannend zijn.
Ik noemde het de LUS-factor:
- Leuk: iets spreekt je aan. Je hebt plezier in het ontdekken, maken of begrijpen.
- Uitdagend: je moet moeite doen en merkt dat je ergens beter in kunt worden.
- Spannend: de uitkomst staat nog niet vast. Je bent nieuwsgierig of jouw idee werkt.
Kennis moet je zelf opbouwen.
Een docent kan iets helder uitleggen. Toch betekent dat niet automatisch dat jij het begrijpt of kunt toepassen.
Dat herken je misschien: je kijkt naar een uitleg en denkt dat je het snapt. Tot je zelf aan de opdracht begint.
Die gedachte kreeg voor mij meer diepgang toen ik filosofie ging lezen.
Drie filosofen die me anders lieten kijken
Toen ik minder kon gaan werken, ontstond er ruimte om me in filosofie te verdiepen. Bij Aristoteles, Kant en Schopenhauer vond ik ideeën die mijn kijk op onderwijs aanscherpten.
Aristoteles: je leert door te oefenen
Aristoteles beschrijft hoe we vaardigheden en deugden ontwikkelen door ze te beoefenen. Je wordt bouwer door te bouwen en muzikant door te spelen.
Je hoeft het dus nog niet te kunnen voordat je begint. Juist door te beginnen, kun je het leren.
Kant: kennis begint bij ervaring
Kant stelt dat onze kennis begint met ervaring. Dat betekent niet dat ervaring op zichzelf alles verklaart: ook hoe we waarnemen en denken doet ertoe.
Door iets te ervaren én erover na te denken, krijgen abstracte begrippen betekenis.
Schopenhauer: wat beweegt je?
Schopenhauer geeft de wil een fundamentele plaats in zijn filosofie. Zijn begrip ‘wil’ is breder dan motivatie voor een studie. Toch riep zijn denken bij mij een praktische vraag op: wat brengt een student in beweging?