Mijn afslag naar onderwijs
Na twintig jaar industriële hijskranen ontwerpen, stond ik ineens voor 120 studenten. Mijn eerste les aan de HTS in ’s-Hertogenbosch. Met zelfgemaakte presentaties én trillende benen.
Het gebouw is ontworpen in 1927 door stadsarchitect P. van Kessel, in de stijl van de Amsterdamse School. De geur in de gangen, licht muf maar vertrouwd, bracht me terug naar mijn eigen schooltijd. Het voelde bekend, bijna nostalgisch. Maar al snel werd duidelijk dat er veel veranderd was in het onderwijs – en veel ook niet.
De studenten begonnen enthousiast. Toch zag ik na een paar weken de motivatie dalen. Boeken bleven thuis en de eerste onvoldoendes kwamen binnen. Hoe kon dat?
Snappen is pas het begin.
Veel studenten herkenden de uitleg en dachten: dit kan ik. Maar iets begrijpen betekent nog niet dat je het zelf kunt toepassen.
Vergelijk het met schaatsen: door filmpjes te kijken leer je hoe het werkt. Maar je leert het pas écht als je zelf het ijs op gaat. Proberen, vallen, opstaan en opnieuw proberen.
Zo werkt leren ook. Je hebt oefening nodig, ruimte om fouten te maken en feedback die je verder helpt.
Wat maakt dat je wilt leren?
Die vraag liet me niet meer los. Waarom gaat de één door en haakt de ander af? Wat helpt als je vastloopt? Zo verschoof mijn aandacht van techniek naar leren, gedrag en motivatie.
Mijn belangrijkste ontdekking? Onderwijs draait om meer dan informatie doorgeven. Het gaat ook om nieuwsgierigheid, vertrouwen en ontdekken wat bij je past.
Je leert niet alleen voor een cijfer. Je leert om steeds meer zelf te kunnen — en je eigen richting te kiezen.
Waar niets meer met moeite wordt verkregen, is niets meer van waarde.